Op 12 augustus 2026 wordt het grootste deel van de PPWR-wetgeving afdwingbaar. Vanaf die dag geldt: verpakking die je op de EU-markt brengt en die niet voldoet, mag er niet zijn. Geen respijtperiode, geen nationale invoeringswet die het nog even uitstelt. Voor verpakking die vóór die datum is geproduceerd geldt een overgangsregeling; nieuwe productieruns daarna niet.
Zeven verplichtingen worden die dag hard.
1. Conformiteitsverklaring per verpakking
Als fabrikant rond je vóór 12 augustus 2026 een conformiteitsbeoordeling af voor élke afzonderlijke verpakking en stel je bij een positieve uitkomst een EU-conformiteitsverklaring op. Zonder die verklaring mag de verpakking niet op de markt. Je bewaart hem tien jaar bij herbruikbare verpakking, vijf jaar bij eenmalige, en levert een kopie aan de importeur.
De verklaring is in de praktijk een verpakkingspaspoort. Wat erin moet staan, is uitgewerkt in bijlage VII en VIII van de verordening: ontwerpgegevens, materiaalsamenstelling, de onderbouwing van de minimalisatie, en de aantoonbaarheid dat schadelijke stoffen onder de grenswaarden blijven. Ook de recyclebaarheid moet erin onderbouwd worden — dat kan al via de geharmoniseerde norm EN 13430, vooruitlopend op de prestatieklassen die pas in 2030 gelden.
Dit is geen formulier dat je in een middag invult. De data zit verspreid door de keten. Zie conformiteitsverklaring.
2. Naam en identificatienummer op de verpakking
Vanaf 12 augustus 2026 staan naam, postadres en een elektronisch contactmiddel van de fabrikant op de verpakking — of achter een QR-code op de verpakking. Daarnaast krijgt elke verpakking een type-, partij- of serienummer. Kan dat niet op de verpakking, dan bij het verpakte product.
Dit is de verplichting die in de meeste Nederlandse samenvattingen ontbreekt en die het meeste ontwerpwerk kost. Elke drukvorm, elk etiket, elke folie: er moet ruimte bij. Importeurs zetten hun eigen gegevens er bovendien óók op.
3. PFAS-verbod in voedselcontactverpakking
Drie cumulatieve drempels, alle drie tegelijk: maximaal 25 ppb per individuele niet-polymere PFAS, maximaal 250 ppb voor de som van niet-polymere PFAS, en maximaal 50 ppm totaal fluor inclusief polymeren. In de praktijk screen je op totaal fluor — onder 50 ppm is de rest zeer waarschijnlijk in orde.
Dit raakt pizzadozen, bakpapier, vetwerende coatings, popcornzakken. Importeer je uit een derde land, dan moet je bewijs kunnen leveren dat de verpakking aan de EU-norm voldoet. Meer over PFAS.
Twijfel je of dit voor jouw verpakking geldt? De PPWR-Check loopt in acht vragen je rol, markt en materiaal langs en laat per pijler zien wat er voor jóu geldt. Doe de PPWR-Check →
4. Zware metalen
De som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom blijft begrensd op 100 mg/kg. Dit is geen nieuw principe — het stond al in de richtlijn uit 1994 — maar de handhaving wordt strenger en de onderbouwing komt nu in het technisch dossier.
5. Verpakkingsminimalisatie
De verpakking moet ontworpen zijn op het minimale gewicht en volume dat haar functie toelaat, getoetst aan de prestatiecriteria uit bijlage IV. Misleidende kenmerken — dubbele wanden, valse bodems, opvulling die volume suggereert — zijn verboden. Tot 2030 mag je conformiteit onderbouwen op EN 13428.
Let op: de harde lege-ruimte-ratio van 50% geldt pas vanaf 2030. Het minimalisatiebeginsel geldt nu. Dat zijn twee verschillende dingen. Zie lege-ruimte-ratio.
6. EPR-registratie per lidstaat
Geen markttoegang zonder registratie, en de registratie is per lidstaat waar je afzet. Nederland: Verpact. Duitsland: LUCID bij de ZSVR. Verkoop je in een lidstaat waar je niet gevestigd bent, dan wijs je daar een gemachtigde vertegenwoordiger aan.
Tegelijk verandert de definitie van producent, en daarmee wie de aangifte doet. De stroom “ontdoen bij import” wordt niet langer aangegeven door het Nederlandse bedrijf dat de goederen uitpakt, maar door de buitenlandse verzender. Contract packing is niet langer vrijgesteld: een logistiek dienstverlener die verpakking uitpakt en afdankt, moet die verpakking aangeven — ook als de goederen niet van hem zijn. Zie EPR, Verpact en LUCID.
7. Fulfilment en horeca
Fulfilment-dienstverleners mogen hun diensten alleen nog verlenen als de fabrikant of importeur aantoonbaar aan zijn verplichtingen voldoet. Verzorg je minstens twee van de diensten opslag, uitpakken, herverpakken, adressering of verzending, dan kun je zelf als producent worden aangewezen — bijvoorbeeld wanneer een verkoper van buiten de EU rechtstreeks aan Europese klanten levert zonder importeur in de EU.
En de horeca moet dranken voor consumptie ter plaatse aanbieden in herbruikbare of navulbare verpakking. Zie PPWR voor de horeca.
Wat er níét op 12 augustus 2026 ingaat
Om het misverstand voor te zijn: de recyclaatpercentages, de prestatieklassen voor recyclebaarheid, de lege-ruimte-ratio van 50%, de zes verboden formats en de hergebruikdoelen gaan pas in op 1 januari 2030. Het geharmoniseerde label komt in 2028. Statiegeld op blik en PET EU-breed in 2029. De volledige volgorde staat op de tijdlijn.
Dat betekent niet dat je kunt wachten. De beslissingen die compliance in 2030 mogelijk maken — materiaalkeuze, leverancierscontracten, drukvormen — neem je in 2026 en 2027.