Vanaf 12 augustus 2026 mag verpakking die in contact komt met voedsel geen PFAS meer bevatten boven de drempels uit bijlage II van de PPWR-wetgeving. Het is een van de weinige PPWR-verplichtingen die niet over papierwerk gaat, maar over wat er fysiek in je materiaal zit — en die je dus niet met een beleidsstuk oplost.
De verplichting valt samen met de datum waarop je ook een conformiteitsverklaring moet kunnen overleggen. In die verklaring onderbouw je dat je onder de drempels blijft. Zonder testgegevens is er niets te onderbouwen.
De drie drempels
Er is niet één grenswaarde, maar drie. Ze gelden cumulatief — je voldoet pas als je aan alle drie voldoet.
| Wat wordt gemeten | Grenswaarde |
|---|---|
| Individuele niet-polymere PFAS | 25 ppb (µg/kg) |
| Som van alle niet-polymere PFAS | 250 ppb (µg/kg) |
| Totaal PFAS, inclusief polymere | 50 ppm (mg/kg) |
Let op de eenheden: de eerste twee zijn in delen per miljárd, de derde in delen per miljoen. De derde drempel is dus getalsmatig het ruimst, maar hij vangt ook het meeste — polymere fluorverbindingen zoals PTFE tellen daar wél mee en in de eerste twee niet.
Hoe je erop test
Een volledige PFAS-analyse per stofnaam is duur en traag. In de praktijk werkt het andersom: je screent op totaal fluor. Meet je onder 50 ppm totaal fluor, dan is de kans dat je een van de drie drempels overschrijdt zeer klein, en heb je een verdedigbare onderbouwing.
Kom je erboven, dan volgt gerichte analyse: welke fluorverbindingen zitten erin, zijn ze polymeer of niet, en hoe verhouden ze zich tot de 25- en 250-ppb-drempel. Leg de meetmethode en de testdatum vast in je technisch dossier. Een testrapport zonder methode is bij een controle weinig waard.
Twijfel je of dit voor jouw verpakking geldt? De PPWR-Check loopt in acht vragen je rol, markt en materiaal langs en laat per pijler zien wat er voor jóu geldt. Doe de PPWR-Check →
Welke verpakking dit raakt
PFAS zit in verpakking omdat het vet en water afstoot. Dat is precies wat je wilt bij:
- pizzadozen en andere gecoate golfkartonnen verpakking
- bakpapier, vetvrij papier, frituurzakken
- popcornzakken voor de magnetron
- kartonnen bakjes en bekers met een vetwerende coating
- fastfoodverpakking, wraps, burgerzakjes
- bepaalde inkten, lijmen en lakken op de binnenzijde
Papier en karton met een vetwerende functie zijn dus de eerste plek om te kijken. De verplichting geldt voor de verpakking én haar componenten. Een doos die zelf schoon is, maar met een sticker die het niet is, voldoet niet.
Importeer je uit een derde land?
Dan ligt hier je grootste risico. De importeur moet de conformiteitsverklaring van de buitenlandse fabrikant verifiëren en bij markttoezicht binnen tien dagen kunnen reageren. Zie rollen onder de PPWR. Een verklaring van je leverancier dat de verpakking “PFAS-free” is, zonder onderliggend testrapport van een geaccrediteerd lab, is geen bewijs. Vraag om:
- de meetmethode (totaal fluor of gerichte analyse)
- het testrapport met datum en labnaam
- bevestiging dat de test op de definitieve productieversie is uitgevoerd
Reken op weken, niet dagen. Begin daarom nu, en niet in augustus.
Zware metalen: dezelfde datum, andere stof
Naast PFAS geldt vanaf 12 augustus 2026 dat de som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in verpakking en verpakkingscomponenten niet boven de 100 mg/kg uitkomt. Dit is geen nieuwe norm — hij stond al in de verpakkingsrichtlijn uit 1994. Wat verandert, is dat je hem nu in je technisch dossier onderbouwt en dat de handhaving strenger wordt.
En de overige zorgwekkende stoffen?
De PPWR eist dat verpakking zo ontworpen is dat de aanwezigheid van zorgwekkende stoffen tot een minimum beperkt blijft. Concrete concentratiedrempels daarvoor volgen via gedelegeerde handelingen — die zijn er nog niet. Tot dan geldt wat er al gold: boven 0,1 gewichtsprocent blijft de doorgifteplicht uit REACH artikel 33 en de SCIP-melding aan het ECHA van kracht.
Wat je nu kunt doen
- Selecteer alle verpakking met voedselcontact, en daarbinnen alles met een vetwerende of waterafstotende functie.
- Vraag per verpakkingstype een totaal-fluormeting op bij je leverancier, met methode en rapport.
- Waar geen data is: laat zelf screenen. Een totaal-fluortest is relatief goedkoop.
- Zoek voor de knelpunten een alternatief. PFAS-vrije barrièrecoatings bestaan; ze werken anders en hebben soms een kortere houdbaarheid onder vet.
- Leg de uitkomsten vast in het technisch dossier dat onder je conformiteitsverklaring hangt.